Munda Biddi Trail - West-Australië


2 - 30 oktober 2016
1049 km

Munda Biddi - de hutten

Jarrahdale - 04.10.16 

km 194

Het meeste snot is verdwenen en ook de stormwind heeft zich teruggetrokken, nu kan ik eindelijk vertrekken.
De eerste dag navigeer ik mezelf uit Perth, de heuvels in, op weg naar de Munda Biddi trail. Zoveel te meer kilometers ik doe, zoveel te rustiger wordt het. Tot ik uiteindelijk alleen in de bush beland waar werkelijk niemand is.
Mijn slaapplaats voor de eerste nacht is de Carinyah hut. Het is een soort shelter waar iedereen gratis kan slapen. Er is een plekje om je matras te leggen (of in mijn geval mijn binnentent op te zetten = warmer), er staat altijd een regenwatertank, picknickbanken, een pit toilet en een plekje om je fiets droog te stallen.

Terwijl ik mezelf een kattenwasje geef, komen er nog 2 fietsers aan: Chris & Andy. Zij doen de trail in de omgekeerde richting en geven me nog heel wat nuttige tips. Als het bijna donker is, komt ook Malcolm er nog bij. Hij doet de trail, net als ik, van noord naar zuid. Wat betekent dat we elkaar de komende tijd nog veel zullen zien. Dat is best wel fijn, aangezien er bijna niemand hier fietst.

De volgende dag gaan we elk op onze eigen tempo op pad. Ik merk al snel 2 dingen: het is hier verlaten en het gaan 1000 pittige kilometers worden. De hele dag kom ik niemand tegen (behalve Malcolm), alleen maar bomen (waarvan veel verbrand) en struiken, occasioneel een bloem en enkele luidruchtige vogels. Verder zie ik veel van dat typische rode zand en modder (het regent). De paadjes zijn gemaakt om te mountainbiken. Veel gravel, wortels, rotsen, los zand, plassen, struiken… Maar met een trouwe stevige fiets als Barry is dat allemaal geen probleem. Veel kilometers doe je niet op een dag, zeker niet als het regent. ’s Avonds overnacht ik weer in een hut, Wungong.

Meer foto's

Munda Biddi - een dag op de trail

Margaret River - 15.10.16

km 641

Rond 6u30 word ik wakker met de gekste vogelgeluiden. Van het vermoeid klinkende geroep van de raaf tot de schelle krie krie’s van de bijna uitgestorven Red-tailed Black Cockatoo. Als ik stil blijf zitten, komen de meest kleurrijke vogels vanzelf naar me toe. Vooral de ringneck papegaai, die is niet bang van mensen en komt je bord leegeten, als je even niet kijkt. Het is dan ook de enige vogel die zich op foto laat vastleggen.

De fietsdag begint met een stevige klim, hobbelend over takken, struiken wegduwend en manoeuvrerend langs omgewaaide kolossen van bomen. De nachtelijke regen die nog in de takken hangt, spat in mijn gezicht. Ik ben meteen wakker. Een eerste hindernis dient zich aan in de vorm van een grote plas, volledig de weg versperrend. Je weet nooit hoe diep die zal zijn, dus ik verminder vaart en ga er los doorheen. De ene keer word ik amper nat, de andere keer zink ik weg tot halfweg mijn voorste tassen. En 1 keer verlies ik de controle over Barry en moet ik mijn voet enkeldiep in de plas zetten en ondertussen proberen om de fiets niet helemaal te laten vallen. Altijd spannend.

Mijn regenjas zit nooit ver weg. Het weer kan hier in een vingerknip omslaan. De regen die dan valt doet een beetje denken aan een tropische regenbui: hozen!! En vanonder de kap van m’n regenjas zie ik dan nog net 2 kangoeroes de weg oversteken. En opeens is die regen iets minder erg en weet ik weer: ik zit in Australië. Als ik het bos even later verlaat, kom ik langs boerderijen met koeien in de wei en zit ik precies weer thuis. Ware het niet dat ik daar ineens 2 emoe’s door de wei zie lopen.

Het is lente in Australië en overal staan er wilde bloemen langs de kant van de weg. Als ik iets van bloemen kende, kon ik zeggen welke, maar helaas. Ze zijn niet alleen een streling voor het oog en een welkome afwisseling in het eentonige bos, maar hun geuren… oh mijn god, hun geuren. Zoet, fris, overweldigend… heerlijk. En dat staat dan in schril contrast met de geur van verrotting die je soms tegemoet komt. Dan weet je, er ligt weer een dode kangoeroe langs de kant van de weg (of een varken op een boom?!).

Bij gebrek aan een zitplaats, lunch ik langs de kant van de weg. Op het menu: eeuwig mals blijvend brood uit een plastic zak (waar in grote letters op staat dat er ‘geen mensenhand aan te pas is gekomen om dit brood te maken’!! Ze zijn er nog fier op ook…), een schelletje kaas en een schelletje salami. En als dessert: een paar koekjes. Om de eentonigheid van het vele water dat ik drink wat te doorbreken, heb ik een flesje citroensap mee. ’t Is niet veel, maar het smaakt toch.

Ik smeer nog wat zonnecrème factor 50, en ga weer op weg. Na zo’n 4 dagen gehots op de trail beslis ik om wat creatiever om te springen met de geplande route. Ik neem al eens een gewone weg ipv een bospaadje. Al wil dat niet zeggen dat het minder inspannend is, want meestal houdt de weg geen rekening met fietsers en hellingspercentages. Dus ik klim mij een ongeluk. Van boven, naar beneden, en weer terug. Het is dus eigenlijk kiezen tussen botteren op bospaadjes of klefferen op kalme wegen.
In de late namiddag arriveer ik bij mijn slaapplaats. Dat kan een hut zijn (zoals eerder beschreven) of om de 2 à 3 dagen kom ik in een dorpje en zet ik mijn tent in een caravan park. Dan geniet ik van een welverdiende douche, flodder ik mijn fietskleren door een sopje en ga ik naar de lokale pub/hotel waar ik iets drink en eet. Geloof het of niet, maar rond 21u lig ik in mijn warme slaapzak en geniet van een heerlijke nachtrust.

Ik ben ondertussen halfweg de Munda Biddi en ga enkele dagen weg van de route. Ik wil wat van de kust zien. Van Margaret River ga ik over Augusta naar Pemberton, waar ik weer aanpik voor het laatste deel van de trail.

Meer foto's

Munda Biddi - 5 dagen weg van de trail

Walpole - 22.10.16

km 952

Omdat ik waarschijnlijk maar één keer in mijn leven in West-Australië zal zijn, wil ik natuurlijk zoveel mogelijk gezien hebben. Op een zeer winderige en druilerige dag neem ik de weg naar het westen, naar Margaret River. 75 km door rollende heuvels, zover je kan zien. En net als je denkt ‘daar boven zal ik de oceaan wel kunnen zien’… komen er nog meer rollende heuvels. En met een fikse tegenwind en een regelmatige hoosbui wordt het een dag van ‘verstand op nul en iPod in de oren’.
Moe en met een zeer gat bereik ik Margaret river waar ik op een veel te dure camping ga staan. Ik wil er zo snel mogelijk weg, al is het maar om die oceaan eindelijk te zien! Maar de volgende dag beslissen stormwinden hier anders over. Dan nog maar een dagje hier blijven.

De dag erna is het windstil en niks houdt me meer tegen. Ik rij over Caves road tot in Augusta en bezoek onderweg Jewel Cave. Een grot die pas in de jaren 1950 ontdekt werd en waar ook 3 skeletten gevonden zijn van de Tasmaanse tijger die al 3000 jaar uitgestorven is. Ik overnacht aan de rand van Augusta en zie al wel een baai (en een pelikaan) maar nog altijd geen oceaan.

Cape Leeuwin (uitgesproken als Lewis, maar dan met een n achteraan) heeft het allemaal!! Zelfs 2 oceanen! Dit is het punt waar de Indische en de Zuidelijke oceaan samenkomen. Er zijn maar 3 plekken in de wereld waar je 2 oceanen kan zien samenvloeien. Dit is het meest zuidwestelijke punt van Australië en er staat natuurlijk ook een vuurtoren. Ik ben helemaal voldaan.

To the rescue
Om terug op de Munda Biddi te komen in Pemberton besluit ik om de weg te nemen die het dichtst tegen de kust aan ligt. Dat gaat allemaal voorbeeldig tot ik in een zandbak terecht kom. Ik denk de hele tijd ‘’t zal wel beteren’. Dus ik ploeter verder en duw Barry meer dan ik kan fietsen. Ondertussen is de zon erdoor gekomen en is het zweetweer. Ik heb de hele dag nog geen auto gezien maar plots komt daar van de andere kant een truck aan. Het blijkt een man van Parks and Wildlife te zijn, die onderhouden de nationale parken. Ik informeer naar de staat van de weg tot in Black Point waar ik wil slapen. Meer van hetzelfde. En de dag erna? Nog erger! Zucht…

Er zit weinig anders op dan terug gaan. Maar dat is nooit plezant, zeker niet als je al 46 km gereden hebt. Ik vraag of ik misschien een stuk mee terug kan. Geen probleem, gooi de fiets er maar vanachter in! Allright!!
Mijn redder heet Bob en hij is onderweg naar Manjimup, maar hij zet me met veel plezier af in Pembie (zoals de Aussies Pemberton noemen). Met een grote smile op mijn gezicht zie ik de kilometers wegtikken. Wat ben ik toch weer een gelukzak.

Meer foto's

Munda Biddi - een terugblik

Albany - 30.10.16

km 1125

De laatste week op de Munda Biddi geeft me het beste van wat Australië te bieden heeft. Ik fiets door bossen met karribomen die zo hoog zijn als een kathedraal, ik bezoek de unieke tingle trees die soms zo uitgehold zijn dat je er met een auto onderdoor kan, ik fiets over de knalrode gravelwegen die recht naar de oceaan leiden, ik volg de kustlijn en word getrakteerd op woeste golven die stukslaan op de rotsen, ik kampeer langs parelwitte stranden…
Helaas zijn er ook de miljoenen muggen die me op de meest onmogelijke plaatsen steken, of de magpies (eksters) die hun territorium nogal strikt verdedigen met enkele aanvallen tot gevolg. Ik gil een paar keer als er weer iets door het struikgewas ruist, waarbij ik mij een ongeluk verschiet.
Maar nog meer keren trek ik grote ogen van verwondering, of lach uit pure dankbaarheid dat ik dit mag meemaken. En aan het einde van de trail in Albany is er een warm bed, en bekende mensen die ik al een paar keer ben tegengekomen, of nieuwe mensen die me mee op pad nemen en waar ik een glas mee drink. En pannenkoeken… elke morgen.

De afgelopen maand was er eentje van vele uitdagingen. Toen ik hoorde van een 1000 km off-road trail dacht ik: “Allright, 1000 km fietsen, weg van de grote wegen.” Wat ik niet helemaal besefte, is dat ‘offroad’ hier eerder ‘mountainbiken' betekent. De paadjes waren soms zo smal dat ik met mijn voorste tassen niet tussen de struiken paste. Ik heb over tientallen bomen moeten klimmen om mijn weg te kunnen vervolgen. Wat betekende: tassen eraf, fiets erover, tassen er weer op. Soms duurde het wel 20 minuten om zo’n grote boom te passeren. De beklimmingen waren soms zo steil dat ik niet meer kon fietsen en dat er niks anders opzat dan die zwaarbepakte fiets naar boven te sleuren, wegglippend op de losse stenen. Er is veel zweet in gekropen.
Maar elke avond keek ik met voldoening terug op mijn dag, waren er meer hoogtepunten dan dieptepunten. En na een deugddoende nachtrust had ik elke keer weer zin om een stukje te gaan rijden. En als dat niet zo was, dan nam ik enkele dagen rust.

Wat een luxe om 1055 km door de natuur te kunnen fietsen. De trail heeft zijn Aboriginalnaam niet gestolen: Munda Biddi - weg door het bos.

Meer foto's