Tadzjikistan


11 mei -  22 juni 2017
1659 km

Ik ga een jaar op reis en ik neem mee...

Dushanbe - 18.05.17

km 6330

Ik ga een jaar op reis en ik neem mee… veel te veel, zo blijkt.
Al bijna 8 maanden fiets ik rond met ongeveer 20 kg bagage, doe daar nog zo’n 10 kg bij van eten en water en dan trek ik dus telkens 30 kg de berg op. Samen met Barry en mezelf toch al snel een stevige last.
Om eerlijk te zijn, stond ik hier amper bij stil. Ik wist wel dat ik enkele luxe-artikelen bij had (zoals een stoeltje) maar ik vond dat wel verantwoord. En tenslotte was ik het die het moest duwen en had niemand anders daar dus zaken mee.
Dat veranderde allemaal toen ik op korte tijd 2 bikepacksters tegenkwam (jaja, 2 vrouwen, apart van elkaar). Zij reden op een mountainbike en die bepakte fietsen zagen er super slank uit. Ik voelde me een log bakbeest met Barry en zijn 6 zakken.

Het is natuurlijk een beetje persoonlijk om ‘vreemde’ mensen door je spullen te laten gaan. Je denkt dat ze je gaan uitlachen om wat je meesleurt, of nog erger, dat ze met hun ogen gaan draaien. Maar soms moet je je ijdelheid opzij zetten voor een hoger doel: afvallen.
En dat heb ik dus gedaan. Met de hulp van de zeer fantastische maar strenge Trien (www.trientrapt.com) ben ik erin geslaagd om iets minder dan de helft van mijn kilo’s kwijt te spelen.

Voor elk stukje bagage had ik de neiging om me te gaan zitten verantwoorden. Maar dat moest ik dus niet doen, daardoor duurt het alleen maar langer. De enige vraag die je je moet stellen is: heb ik dit echt nodig? Aangevuld met de vragen: hoe lang heb ik dit al niet meer gebruikt? Kan ik het vervangen door iets lichters?
Ik vond dat niet zo gemakkelijk, maar het is me wel gelukt. En aan het einde had ik een doos met daarin 6 kg om naar huis te sturen en een zak met zo’n 3 kg afval.

Ik ga hier niet alle gênante dingen opsommen die ik niet meer meeneem, maar ik kan wel zeggen dat ik nog altijd winterkleding bij heb en dat ik nog altijd voor 4 dagen eten kan meenemen en liters water. En dat ik het met een tas van 30 liter minder doe.
Nu de doos op de post zit en het afval weggegooid is, ben ik echt fier op mijn moeilijke oefening.
En vanaf nu gaan Barry en ik een pak slanker door het leven. 

Meer foto's

Op naar de Pamir

Khorog - 31.05.17

km 6965

Het is niet gemakkelijk om het comfortabele huis en de prachtige tuin te verlaten van warm showers host Véro in Dushanbe. We zijn hier met gemiddeld 6 fietsers en hoewel we overdag allemaal onze eigen dingen te doen hebben, koken we ’s avonds altijd samen en maken het gezellig. Ik heb ongeveer 3 dagen geprobeerd om te vertrekken, maar ik bleef telkens nog een dag. De -echt- laatste avond buigen we ons samen met Véro over de kaart van de Pamirs. Zij heeft een uitgebreide kennis van de regio en vertelt ons waar we kunnen slapen, water tanken, eten kopen,… Ik moet eerlijk toegeven dat ik na die uitleg een beetje bang ben en tegelijk ook nieuwsgierig naar wat me te wachten staat. Ze heeft het over de grote eenzaamheid die je kan overvallen daar in die stille bergen en dat zelfs de stoerste mannen het soms moeilijk krijgen en dan een lift versieren om er zo snel mogelijk weg te geraken. Ik ben vooral ook benieuwd naar de hoogte en wat dat met mijn lichaam gaat doen. (hoogste pas is 4655m) Ik heb al wel gewandeld in het hooggebergte maar nog nooit gefietst. En als ik de vele verhalen mag geloven, kan dat heel vermoeiend zijn. Alsof je een kater hebt, vertelde een Britse fietser me enkele dagen geleden. Mmmm…. dat beloofd.

Ik fiets in 10 dagen van Dushanbe naar Khorog, 630 km. Niemand lijkt precies te weten wanneer de Pamir begint, maar de meesten beschouwen Khorog als de ‘hoofdstad’ van de Pamirs. Dat betekent dat de afgelopen 10 dagen nog maar een aanloop waren. En ik vond het al zo indrukwekkend!

Je vertrekt in Dushanbe op ongeveer 850 meter en eindigt in Khorog op 2150 meter. Daartussen ligt de Shurabod pas van 1960 meter en heel wat duizenden hoogtemeters. Ik neem de zuidelijke route want de noordelijke is nog dicht omwille van de vele sneeuw op de pas daar. Ze noemen dit de Pamir Highway (M41) maar je moet je zeker geen autosnelweg voorstellen zoals bij ons. Tot in Kulob is de weg goed maar vanaf dan is het kommer en kwel. Af en toe is er een stukje asfalt maar dat is dan rijkelijk voorzien van putten, de andere keer zijn er grote losse stenen, ook rijkelijk voorzien van putten. Aangezien dit een belangrijke verbindingsweg is met China, passeren er ook geregeld trucks die je achterlaten in een wolk van roet en stof. Ik heb veel bewondering voor die chauffeurs. Hoe zij soms die weg opkruipen, door de putten, de onderkant van hun truck slepend over de grond, rotsen vermijdend en tegenliggers kruisend op een pad dat maar gemaakt is voor 1,5 voertuig. Aan de ene kant de rotsen, aan de andere kant de ravijn met de kolkende Panj rivier. Naast de trucks zijn er ook de gedeelde taxi’s, jeeps eigenlijk, die de rit van Dushanbe naar Khorog doen in 15u. Ik heb medelijden met de opeengepakte mensen in die veel te snel rijdende wagens. Maar die mensen hebben waarschijnlijk ook medelijden met mij, die arme fietser die in de hitte en het stof deze weg trotseert. Ik verkies toch mijn tweewieler.

Ik zie geleidelijk aan de weg veranderen van akkerland naar woeste bergen. Er is een magisch moment als ik voor de eerste keer Afghanistan zie en de Panj rivier die ik voor enkele weken zal volgen. Het landschap is adembenemend en ik heb een mooi overzicht over de vallei die ik zal volgen, de besneeuwde bergtoppen in de verte en de slingerende rivier. Het wordt al snel duidelijk dat ze aan de Afghaanse kant een pak armer zijn dan aan de Tadzjiekse kant. Je ziet er amper een auto rijden, de huisjes zijn gemaakt uit leem en geregeld zie ik een tent met daarop in grote letters ‘WFP’ - world food program. Maar die WFP mensen zie ik niet alleen aan de overkant maar ook hier. Een kleine zoektocht op internet leert me dat Tadzjikistan ook best een arm land is. 47% van de mensen leeft van minder dan 1,33 dollar per dag. En 33,2% van de mensen is ondervoed. Ik schrik van de cijfers omdat ik dit niet zie onderweg, maar wie weet wat er zich achter die gesloten deuren afspeelt.

Van zodra ik de Panj begin te volgen, neemt ook de aanwezigheid van militairen toe. Wachttorens, kazernes, oefenterreinen… Ze willen hier kost wat kost de taliban buiten houden. Ik moet regelmatig stoppen aan controleposten of bij een patrouille om mijn paspoort en permit te laten zien. Als ik wil wildkamperen, dan moet ik ervoor zorgen dat de militairen me niet zien, want anders jagen ze me weg. Ik kampeer aan de kant van de rivier (waar het niet mag) maar een andere optie is er niet, want aan de andere kant van de weg zijn bergen en rotsen met vallende stenen. En die wil ik liever niet op mijn kop krijgen. Tot nu toe is het me gelukt om uit het vizier van de militairen te blijven, hoewel ik soms onder hun neus sliep. Hihihi.

Na 10 dagen hotsen en klotsen over de Tadzjiekse M41 geniet ik in Khorog van de luxe van een douche, proper gewassen kleren en ander eten dan pasta met tomaat en ajuin. Ik bekijk de rest van mijn route en wil graag nog een loop maken vanuit Khorog. Maar bij het infokantoor weten ze me te vertellen dat de pas nog altijd dicht is omwille van de sneeuw. Ze hebben hier de hoogste sneeuwval gehad in 70 jaar. De rivier staat nu al zo hoog als ze normaal gezien binnen een maand zou zijn. Dat betekent dat ze nog zal aanzwellen, wat volgens mij nog voor problemen gaat zorgen.
Ik ben nogal koppig van aard, dus ik denk dat ik toch aan mijn rondje ga beginnen en proberen de pas over te steken. Als dat niet lukt, dan zal ik wat sneller weer in Khorog staan. 

Meer foto'sMeer foto's

Gegokt en verloren

Khorog - 07.06.17

km 7232

De Pamir Highway die vanuit Khorog naar Murghab gaat is heel wat beter dan de weg die ik afgelopen dagen heb afgelegd. In 2 dagen klim ik 135 km naar Jelondy, 1700 meter omhoog.
Ik volg nu de Panj niet meer, maar wel de Gunt en die is een pak klaarder en ook ijskoud.
Zoveel te hoger ik kom, zoveel te minder groen het wordt. De bergen zijn bruin, oker, grijs, zwart… occasioneel met een stukje groen waar het smeltwater van de toppen naar beneden stroomt. Kamperen is hier heel gemakkelijk, dat kan en mag hier overal. Je hoeft geen rekening te houden met de grens of de militairen.

In Jelondy, het laatste dorp voor de pas, probeer ik uit te vinden of de pas al dan niet open is. Met de hulp van een vertaalapp en handen -en voetenwerk kom ik te weten dat er 4x4’s kunnen passeren. Dus ik ga er van uit dat ik dat ook kan. De jongen van wie ik de info krijg, vertelt ook nog dat als het niet lukt, dat ik me dan maar moet laten helpen door de mensen. Oh, er wonen dus mensen daar boven? Dat is ook nieuw voor mij. Ik weet dat het niet gemakkelijk zal zijn, maar ik ben nu wel gerustgesteld dat het gaat lukken.

Die avond kampeer ik aan de voet van de pas en de volgende dag vertrek ik vol goede moed. Ik steek een krakkemikkig bruggetje over waar ik al mijn twijfels over heb of hier überhaupt een 4x4 kan passeren. Maar ik laat het niet aan mijn hart komen en begin te klimmen. Dat is meer duwen dan fietsen. Dat heeft 2 redenen: het paadje bestaat meestal uit grote keien en daar kan je niet goed op fietsen, en ik flirt met de 4000 meter grens en de ijle lucht maakt dat ik snel buiten adem ben. Tegen de middag ben ik 250 meter geklommen.
Na de lunch wordt het pas echt zwaar. Ik moet een stuk of 5 sneeuwvelden over, wat betekent dat ik alle bagage per 2 stuks naar de overkant moet brengen en daarna de fiets. Ik zak tot aan mijn knieën weg in de sneeuw en al snel zitten mijn schoenen vol ijs en ben ik kletsnat. Ik herhaal dit 3x en slaag erin om 2x langs het sneeuwveld te gaan. Maar daar is er heel veel modder en ik glijd de hele tijd weg en de modder zet zich vast op mijn fiets.

Ik weet dat ik bijna boven ben. Op mijn kaart zie ik dat ik alleen nog een ford moet oversteken en dat ik dan op het hoogste punt ben. En dan zie ik het ford… dat is op dit moment een grote, wild kolkende rivier… Ik zoek tevergeefs naar een punt waar ik mogelijk toch de stroom kan kruisen, maar het is onmogelijk en vooral veel te gevaarlijk. De moed zakt me in mijn schoenen want ik besef dat er niks anders opzit dan die hele ploeterweg terug af te leggen. Zucht. 3x zucht.

Het is ondertussen al 15u30 dus ik moet niet te lang bij de pakken blijven zitten als ik nog voor het donker beneden wil zijn. Terug door de modder, terug door de sneeuw, over de keien hobbel ik naar beneden met bijna geen remkracht meer omdat mijn remblokjes volledig versleten zijn omwille van de modder aan mijn wielen. De kleine stroompjes die ik vanmorgen overstak zijn ondertussen door het vele smeltwater uitgegroeid tot beken. Mijn kletsnatte schoenen heb ik vervangen door mijn sandalen (met kousen). Maar ook die zijn na een tijdje kletsnat.
Als ik eindelijk weer op de asfaltweg kom is het nog eens 3u later. Ik daal nog even af zodat ik niet te hoog (lees: niet te koud) hoef te slapen en zet mijn tent op. Nog snel een pasta koken en daarna val ik als een blok in slaap.

De volgende ochtend moet ik voor ik vertrek eerst de aangekoekte modder van mijn remmen schrapen en nieuwe remblokjes steken, want als ik zo vertrek is dat levensgevaarlijk. Ik voel me geradbraakt en mijn hele lijf is moe. Ik wil eigenlijk zo snel mogelijk weer in Khorog zijn maar ik vrees dat ik geen 140 km in één dag kan doen, ook al is het meestal bergaf. Na de lunch zie ik 2 trucks achter me en ik doe ze stoppen. Ik vraag of ik mee kan naar Khorog. Hun ladingen zijn verzegeld, dus ze kunnen de fiets niet in de laadbak steken, maar ze zijn wel bereid om hem op de reservewielen te zetten en dan aan de stangen vast te maken. Ik vind het maar risky business maar ik wil zo graag naar die douche en dat bed, dat ik toehap.

Ik neem zelf plaats in de slaapcabine want de passagiersstoel is benomen door een rolstoel, nog nieuw in de doos. Mijn chauffeur spreekt geen woord Engels, maar hij checkt regelmatig of ik OK ben. Geen overbodige luxe want ik vlieg al wel eens tegen het plafond als hij weer eens enkele putten door moet. Op 26 km van Khorog stoppen we. We eten iets en pas om 18u kom ik te weten dat de mannen hier blijven om te slapen. Ze nodigen me uit om bij hen te blijven slapen, maar daar voel ik niet veel voor. Dus Barry wordt van de truck gehaald, onherkenbaar onder het stof. Ik laad alles op en begin als een gek te fietsen. Ik besef nl. dat ik niet voor het donker in Khorog zal zijn. En dat klopt. Ik word zelfs begeleid door donder, bliksem en regen op het einde… maar ik haal het.
Het is een blij weerzien met de dame van de Pamir lodge. Ik spoel alle stof en teleurstelling van de vorige dag van me af en hou alleen de goeie herinneringen over: de knappe uitzichten, de stilte en mijn eigen wonderbaarlijke veerkracht. 

Meer foto's

Hoogtepunt: Pamir

Osh - 01.07.17

km 8129

Pamir.
Ze zeggen dat dit het hoogtepunt is voor veel fietsers. Het is waarschijnlijk ook waarom ik dit al zo lang op mijn lijstje had staan. Nu is het achter de rug en ik kan alleen maar bevestigen: ’t is allemaal waar wat ze zeggen. En nog veel meer.

Het is mooi, adembenemend, leeg, overweldigende natuur, oorverdovend stil soms, heel gevarieerd, een uitdaging, wisselende natuur, slechte wegen, steil klimmen, vloeken, wegschuiven in los zand, asfalt kussen van zodra het er weer is, nekpijn, kou hebben, primitief, overleven op simpel eten, nat worden, geen luxe, doorzetten, huilen, wassen in ijskoud water, zandstormen doorstaan, bijna wegdrijven met de tent, koude wind en hagel trotseren, 5 passen van over de 4000 meter over fietsen, water filteren, heel veel naar adem happen, moe zijn, kijken naar eindeloze sterrenhemels, warmwaterbronnen induiken, opgepakt worden door de militairen en weggevoerd worden in een truck, uitzinnig content zijn als een klein winkeltje ook tomaten verkoopt, veel koekjes eten, enkel omslaan van pure moeheid, 2 keer eten uit mijn handen laten vallen, veel praatjes met fietsers die de route in de omgekeerde volgorde doen, andere fietsers helpen met plakgerief of anti-diarreepillen, uitgenodigd worden om thee te komen drinken, bed bugs oplopen, veel beten van andere rare beesten, 7 dagen niet douchen, mutshaar, 7 dagen dag en nacht dezelfde t-shirt met lange mouwen dragen (jawel, zelfs merino stinkt dan), omvallen met de fiets omdat je slipt tussen de grote stenen, fiets die omvalt omdat het zo hard waait, hardgekookte eitjes eten met mayonaise, dansen bovenop de pas, zotte foto’s maken, paspoort en GBAO permit laten controleren, water tappen bij de locals, van een bron drinken met bruiswater, band plakken, je klein voelen, proberen om het allemaal in je op te slaan, veerkracht tonen, maar heel af en toe gsm-bereik of internet, weer alle eten kunnen inslaan na 6 dagen, ontdekken dat noodles uit een pakje, ajuin, look, linzen en pakjespuree kei-lekker zijn, een fris pintje drinken eenmaal weer in de bewoonde wereld, de luxe van een douche en shampoo om al het zand uit je haren te wassen, 65 km bergaf na vele hoogtemeters, warmte en rust om het allemaal te laten bezinken. Fier zijn dat je het gedaan hebt.  

Meer foto'sMeer foto's