Victorian Alps & Snowy Mountains


5 - 22 november 2016
665 km

Beklimming van de Mt Buffalo

Mt Beauty - 10.11.16

km 1430

2 alpen en 1 pas

Swifts Creek - 13.11.16 

km 1594

Na een paar deugddoende vakantiedagen in Melbourne bij Aussiebelgen Dries en Griet, kijk ik er naar uit om weer de fiets op te springen. Ik neem de trein naar Wangaratta en volg van hier de Murray to Mountain rail trail. Zulke railtrails zijn eigenlijk een beetje saai, want ze volgen een oude spoorwegbedding en zijn dus vrij vlak. Maar het leuke is wel dat ze volledig van de grote baan af liggen. De trail loopt recht naar de voet van de Victorian Alps. En vanaf hier begint het leuke/inspannende deel!

In enkele dagen tijd beklim ik 2 alpen en 1 pas. Dag 1 begint met de Mt Buffalo (zie filmpje)  De 2e beklimming is voor de Tawonga pas (895 m) en de kroon op het werk is de rit naar Falls Creek en verder over de Bogong Alpine Plains (1740 m). Met een volledig bepakte fiets duurt zo’n beklimming best lang. Ik word voorbijgestoken door verschillende coureurs voor wie de Alpen een echte speeltuin zijn. En ik krijg ook veel aanmoedigende commentaar, in de trant van: “Well done” en “Good job” en “That’s quite a load”. (ik vraag me af of ze dat ook zouden doen als ik een man was… of zouden ze dan eerder kijken in welke versnelling hij rijdt?)
Feit is, ze trekken hier nogal ogen als ik vertel wat ik doe. Vooral de vrouwen kunnen niet geloven dat ik alleen op reis ben, laat staan met een fiets. Gelukkig zijn er ook de occasionele fietsers die het allemaal “awesome” vinden en nog enkele goeie tips geven.

De laatste dagen waren ook gevuld met heel veel gastvrijheid. In Wangaratta had ik via Warmshowers een slaapplaats geregeld bij Ian & Prue. Die namen me ’s avonds mee voor wat sightseeing en aansluitend een diner bij vrienden.
De volgende dag kon ik, dankzij een paar telefoontjes van Ian, terecht bij Luke & Jules en hun 2 schatten van kinderen Henry en Anouk. Zij namen me mee voor een picknick bij de Woolshed watervallen. 2 dagen later kwam Jules met Henry (4j) en vriendin Samantha naar Mt Buffalo. We reden de berg (nog) eens op en deze keer tot op het allerhoogste punt: The Horn. Vanaf hier heb je een fantastisch 360° zicht. Daarna zijn we gaan picknicken aan Lake Catani en hebben we de kano van de auto gehaald en zijn we wat gaan peddelen.
Die avond was ik te gast bij John, een warmshower host. En de volgende dag kon ik terecht bij Samantha (die vriendin van Jules) die ook weer vrienden had uitgenodigd voor een diner.
En zo hop ik dus van de ene warme welkom naar de andere. En tussendoor fiets ik ook nog wat. ;-)

Ik heb ook nog wat veiligheidsmaatregelen genomen door een fluo-oranje vlag te “adopteren” die ik wat gepersonaliseerd heb. Ze dient niet alleen om beter zichtbaar te zijn in het verkeer, ze is ook ideaal om aanvallende magpies (eksters) af te weren. Vanmorgen nog getest en goedgekeurd voor het oog van zo’n 30 motards. Ze stonden erbij en keken ernaar. Er was er maar eentje die “geswooped” werd, en dat was ik. Maar vanaf nu vecht ik terug!

Meer foto's

De Barry Way

Melbourne - 23.11.16

km 1910

Na de Victorian Alps was de volgende uitdaging om dwars door 2 nationale parken in 2 verschillende staten tot in Jindabyne te fietsen. Spoiler alert: dat is me gelukt! (wat had je gedacht)
Grofweg is dat van aan de zeespiegel tot in skigebied, met daartussenin heel wat hoogtes om te overwinnen. Over een afstand van 227 km heb ik 5 dagen gefietst: 1. omdat de weg te mooi is om doorheen te razen en 2. omdat er teveel geklommen moet worden en dan willen mijn beentjes voldoende rust.

In Buchan is er een laatste winkeltje waar ik eten insla voor de komende 4 dagen. Tussen hier en Jindabyne zal ik enkel bomen, beesten en enkele boerderijen tegenkomen. Ik begin dus met 2 volgeladen voorste tassen die ik in de backpackers van Buchan nog wat voller prop met verse appelsienen, mandarijnen en zelfgemaakte rabarbermoes. Al dat heerlijks stond in de tuin daar en er werd niet veel mee gedaan en ik kon de vitaminen wel gebruiken.

Ik fiets eerst in het Alpine national park in Victoria op de Snowy River road. En als ik de grens met New South Wales oversteek zit ik in het Kosciusko national park op de Barry Way. Jaja, de Barry Way, ik vond dat ik daar toch echt wel gefietst moest hebben. Check. De weg is vernoemd naar Leo Barry die er in de jaren 1950 mee voor gezorgd heeft dat de weg er kwam. Jammergenoeg, is er op die hele Barry Way nergens een straatnaambordje. Van aan de grens, tot in Jindabyne, 75 km verder… overal gezocht en gekeken, nergens. Een gemiste kans voor Barry om eens op de foto te gaan met zijn naamgenoot van een weg.

Het voordeel van nationale parken is dat er niet gekapt mag worden en dat er dus veel bomen staan en de natuur zo goed als vrij spel heeft. Ik zie weer heel veel kangoeroes en wallabies, vlinders in alle soorten en maten, slangen en salamanders, mijn eerste ‘wilde’ koala (die ik eerst hoor voor ik hem zie, ze maken nl. veel lawaai, zoals een beer die gromt - ah ja, koala-beer), wilde paarden (Brombys) en ’s nachts krijg ik ook bezoek van possums. Ze slagen erin om zich in één van mijn eetzakken te wurmen en mijn laatste restje brood op te eten, mijn vuilnis overal te verspreiden en ook mijn koffiemok uiteen te rijten.
Dat vuilnis en die mok zijn niet echt een probleem, maar dat brood… het is de laatste fietsdag en ik heb bijna geen eten meer over. (Ik had alles netjes uitgerekend.) Maar ik moet wel nog een berg over en meer dan 1300 hoogtemeters overwinnen. Gelukkig sta ik op deze bushcamping niet alleen en geven de buren mij een half brood. Dankzij hun bokes met choco geraak ik waar ik moet zijn! Dank dank.
En dan moet ik ook nog Syd bedanken. Zo’n 25 km voor Jindabyne staat hij me op te wachten met verse mango en lekkere croissants. Hij is mijn warmshowers host in Jindabyne en hij weet precies wat een vermoeide fietser nodig heeft als hij over de Barry Way gekomen is.

De dagen daarna word ik weer verwend: Syd maakt heerlijke biryani, ik lig in een kamer met zicht op Lake Jindabyne, ik word uitgenodigd voor een etentje bij de bovenburen, die me de volgende dag een lift geven zodat ik de hoogste berg van Australië kan beklimmen: Mt Kosciusko. 2228 m.
Dat is niet echt een hoge berg en de tocht naar de top is ook helemaal niet moeilijk. (Op die paar stukken na dat ik door de sneeuw moet wandelen.) Maar het heeft toch iets, op de hoogste berg staan van zo’n gigantisch land.

En nu, na een helse dag van 14u reizen waarin ik 3 bussen en 1 trein nam, ben ik weer in Melbourne. Op naar het volgende avontuur.

Meer foto's